Waterkampioen watersport magazine

Onmiddellijk dreigende gevaar.

Wanneer plotselinge schade dreigt aan je schip ben je verplicht om, binnen redelijke grenzen, alle maatregelen te nemen om die schade te voorkomen of te verminderen. Bereddingsplicht heet dat.

Niet nakomen van de bereddingsplicht kan grote consequenties hebben voor de schade-uitkering. De verzekeraar moet de kosten die je daarvoor maakt ook vergoeden. Maar wat valt daar precies onder? De heer Losser is eigenaar van een groot zeilschip met een hydraulische hefkiel. In 2010 liet hij de dubbele cilinder repareren, waarbij de aansluitslangen van de cilinders werden vernieuwd. Een maand na deze werkzaamheden bleek dat de kiel steeds omlaag zakte, volgens Losser omdat het hydraulische systeem niet meer functioneerde. Met het schip kon niet meer worden gevaren. Losser meldde dit voorval bij zijn verzekeraar. Het schip werd op de kant gezet om een expert de schade te laten beoordelen. Die oordeelde echter dat er sprake was van normale slijtage aan het systeem, waarop de verzekeraar de schadeclaim afwees. Vervolgens diende Losser bij de verzekeraar een claim in voor een bedrag van ruim 5.500 euro en stelde dat het hierbij om noodzakelijke kosten ging die in opdracht van de expert zouden zijn gemaakt om de schade aan het kielsysteem vast te stellen en verdere schade te voorkomen. Oftewel bereddingskosten. De verzekeraar verweerde zich met de stelling dat Losser niet ontvankelijk was. Hij had immers zelf, naar aanleiding van de gebreken aan de kiel, de conclusie getrokken dat de werf de reparatie ondeugdelijk had uitgevoerd, en de werf daar ook aansprakelijk v oor gesteld. De verzekeraar wees de claim dus af; zij vond zich geen partij in het geschil.

Losser liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter. In de procedure ging hij voor vergoeding van de kosten voor het laten dokken van het schip voor de expertise en de reparatiekosten. Hij liet dus de vraag naar de oorzaak van de schade ‘varen’ en daarmee ook de vraag of die oorzaak onder de dekking van de verzekering viel. De rechtbank moest oordelen of de verzekeraar gehouden was om de door de werf berekende kosten te vergoeden onder de noemer bereddingskosten. Tijdens de mondelinge be handeling specificeerde Losser de door de scheepswerf verrichte werkzaamheden. Zijn vordering bestond voor een bedrag van 2.000 euro uit expertise- en dokkosten (die de verzekeraar overigens uit coulance al had toegezegd te zullen betalen) en 3.500 euro voor overige kosten.

De rechter moest dus beoordelen welke posten daarvan nu als bereddingskosten waren aan te merken. De werf had de werkzaamheden als volgt omschreven: “Hydrauliekbediening van kiel gecontroleerd. Gaten in de kiel geboord en geslepen om lekkage op te sporen. Daarna proefgedraaid met hydraulisch systeem. Hieruit bleek dat beide manchetten van de hefcilinders lek waren. Dit komt doordat er vuil onder in de kiel ligt (teer, verf, conservering). Dit vuil drukt tijdens het heffen van de kiel tegen de manchetten, waardoor deze beschadigd raken. De geboorde en geslepen gaten dichtgelast en de kiel opgehangen aan het deksel met behulp van ketting en haak.” Voorts was er nog de niet nader gespecificeerde post “bewerkingen”. De werf rekende een bedrag van 245 euro plus arbeidsloon voor de “ketting, patentschalm en haak”. De lekkende hydraulische cilinders konden niet direct gerepareerd worden, omdat daarmee minimaal 20.000 euro gemoeid zou zijn. Omdat het schip door tijdgebrek niet in het dok kon blijven, had de werf aan de hefkiel als “noodreparatie” een ketting gemonteerd, zodat het toch een redelijke diepgang had om naar de thuishaven te varen. De rechter vond het aannemelijk dat je met het schip niet verantwoord kunt varen, wanneer de kiel te diep steekt. Hij stelde dat alleen die kosten als redelijke bereddingskosten moesten worden benoemd en stelde daarvoor een bedrag van 400 euro vast inclusief arbeidsloon. De overige geclaimde kosten wees de rechter af. Door Losser kon niet worden aangetoond dat de expert opdracht zou hebben gegeven tot verdere reparatie of dat de opgevoerde kosten noodzakelijke reparaties betroffen.

Conclusie: In principe is de verzekeraar gehouden om alle noodzakelijke en redelijke kosten ter voorkoming/beperking van verdere schade te vergoeden. Bedenk echter goed wat wel en niet onder noodzakelijke kosten valt. Een schadegeval, hoe vervelend ook, is geen vrijbrief om allerlei werkzaamheden aan het schip te laten verrichten op kosten van de verzekeraar.

Meer informatie of oude artikelen downloaden: https://www.anwb.nl/kampioen/algemeen/digitaal-archief

Delen

Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.