Waterkampioen watersport magazine

Gederfd vaargenot.

Varen, met de wind in je haar, de zon op je gezicht, dat is vrijheid! We noemen onze passie dan ook niet voor niets pleziervaart. Helaas komt het nog (te) vaak voor dat mr. Hommersom moet worden ingeschakeld in het geval waarin pleziervaart onpleziervaart is geworden. Soms kom je niet eens aan varen toe!

Meneer Zwartjes kan hier inmiddels over meepraten. Al snel na aankoop van zijn boot kreeg hij een probleem met de aandrijving. keer op keer was er sprake van een tikkend geluid. De werf bleef volhouden dat het tikken van de aandrijving veroorzaakt werd door de homokineet, die dan ook meerdere keren vruchteloos werd vervangen. De werf weigerde om ook maar enig onderzoek te doen naar een andere mogelijke oorzaak.
Meneer Zwartjes vroeg mr. Hommersom om raad. Omdat de werf ‘de hakken in het zand’ zette en categorisch bleef weigeren om een definitieve oplossing aan te dragen, moest Zwartjes naar de rechter. De trouwe lezer van deze rubriek weet inmiddels dat de  gerechtelijke molens soms langzaam malen en dat een proces zomaar meerdere jaren kan duren. Wanneer je dan een gebrek aan je boot hebt, waardoor je er eigenlijk niet mee kunt varen, is dat vanzelfsprekend enorm frustrerend. Van je zuur verdiende centjes kon je eindelijk je droomschip aanschaffen en vervolgens heb je er geen genot van!
Uiteindelijk vond de rechtbank (met Zwartjes) dat het verwijtbaar was aan de werf dat het zo lang duurde voordat het probleem was opgelost. Er kon weliswaar met de boot worden gevaren, maar niet zoals Zwartjes het zich had voorgesteld omdat hij telkens terug moest naar de werf voor reparaties die achteraf zinloos bleken. Hierdoor kon hij drie jaar lang maar zeer beperkt gebruik maken van zijn boot. Hierdoor was hij ook beperkt in zijn reisbestemmingen en dus in het onbelemmerd gebruik van zijn schip. De rechter vond de werf daarvoor aansprakelijk.

Genotvermindering
Voor deze situatie, dat je totaal niet of slechts beperkt met de boot kan varen, omdat er een gebrek aan kleeft dat de werf niet voor zijn rekening wil nemen, bestaat een term: gederfd vaargenot. Wanneer je geld hebt uitgegeven maar hier vervolgens geen lol van hebt, is het dan niet redelijk dat je daarvoor enige compensatie ontvangt?

Uit de praktijk van de watersportadvocaat.
Dit valt in de categorie immateriële schadevergoeding en de rechtspraak in Nederland is hierover verdeeld en worstelt met het probleem: hoe definieer je gederfd vaargenot precies en hoe kun je daar nu een prijskaartje aan hangen? In de zaak van Meneer Zwartjes zei de rechter: “Of vergoeding van vermogensschade als gevolg van verminderd vaargenot toewijsbaar is, is afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van het geval en met name van – kort gezegd – de omvang van de genotvermindering.”

De rechtbank overweegt voorts – in gewone- mensentaal: als je geld hebt uitgegeven aan iets waar je voordeel (plezier) van hoopt te hebben (niet in geld uit te drukken) en dit voordeel mis je, dan moet je er bij het begroten van deze schade van uitgaan dat de waarde van dit gemiste voordeel wordt gesteld op het geld dat je in eerste instantie hiervoor hebt uitgegeven.

Als vervolgens voor deze schade iemand aansprakelijk kan worden gesteld, moet die de schade vergoeden, tenzij dit onredelijk is. De rechter kende de heer Zwartjes een bedrag toe van 2.000 euro per vaarseizoenen deed dit schattenderwijs. Uit het vonnis valt te lezen te lezen dat er bij een groter schip (en dus bij een hogere aankoopsom) een hoger bedrag toegewezen zou kunnen worden. Meneer Zwartjes kreeg dus uiteindelijk toch nog enigszins een pleister op de wonde.

Proceskosten
Ook als gederfd vaargenot als zodanig door een rechter niet wordt toegewezen, kan er toch een reden zijn om een werf te veroordelen in bijvoorbeeld de proceskosten of de kosten van rechtsbijstand. In het geval van meneer De Wit bleek dat al vanaf de aankoop dat zijn boot scheef hing en op topsnelheid zwaar en moeilijk stuurde. Na het uitbrengen van drie deskundigenrapporten bleek het gebrek uiteindelijk simpel te herstellen. Daarvoor was wel zes jaar (!!) procederen nodig. De werf was gewoon dwars gaan liggen.

Onder die omstandigheden achtte de rechtbank het redelijk om de werf in de proceskosten te veroordelen, ook al werd de hoofdvordering wegens gederfd vaargenot afgewezen. De werf moest ruim € 36.000 aan kosten betalen. Het verschil in de situatie tussen de heren Zwartjes en De Wit: waar Zwartjes helemaal geen gebruik kon maken van zijn schip, kon meneer De Wit wel varen, alleen niet op de door hem gewenste topsnelheid. En ook al genoot De Wit hierdoor volgens eigen zeggen beduidend minder van het varen dan hij had gehoopt, gederfd vaargenot vond de rechter dit niet.

In het algemeen gesteld krijgen de rechters in Nederland gelukkig meer oog voor de stress en ellende die het plezier in je boot vergallen en je passie tot onpleziervaart maken.

Meer informatie of oude artikelen downloaden: https://www.anwb.nl/kampioen/algemeen/digitaal-archief

Delen

Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.