Stegfunk logo

Strafrecht ook in de watersport

Strafrecht ook in de watersport
Op een mooie zomeravond is B. met een aantal vrienden aan het varen op de Vecht bij Maarssen. Het is een zeer gezellige avond, de alcohol vloeit in stromen en na een cafébezoek wil een van zijn vrienden het roer overnemen van B’s robuuste speedboot. Terwijl hij met te hoge snelheid onder een brug doorvaart, schat de vriend de hoogte verkeerd in en slaat met zijn hoofd tegen de stenen rand van de brug. Hij overlijdt ter plekke.

B. werd vervolgd. Kort gezegd werd hem onvrijwillige doodslag ten laste gelegd met de omschrijving dat hij, als bestuurder van een snelle motorboot onder invloed van alcohol, een ander die boot liet besturen. En dat terwijl deze persoon niet in het bezit was van een vaarbewijs en hij wist of kon vermoeden dat deze persoon onder invloed van alcohol verkeerde en niet over voldoende kennis en ervaring beschikte om deze boot te besturen. Bovendien gaf hij de ander gebrekkige instructies, waardoor deze verwijtbaar met zijn hoofd op een brug stootte terwijl hij daar onderdoor reed en als gevolg daarvan overleed.

Nogal een homp, maar wat er gebeurd was, was dan ook echt heftig. Cruciaal voor de strafzaak was het antwoord op de vraag of B. ten tijde van het ongeval als schipper van de boot kon worden aangemerkt. Zijn advocaat betoogde dat dat niet kon omdat zijn vriend aan het roer had gestaan en dus de kapitein was. Het Binnenvaart Politie Reglement (BPR) geeft geen definitie van de term “schipper” en de rechtbank keek voor een verklaring naar de bepalingen in het BPR waar de term voorkomt.

De artikelen 1.02 tot en met 1.04 schrijven voor dat de schipper, bij gebreke van uitdrukkelijke voorschriften, alle voorzorgsmaatregelen neemt die door goed zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip verkeert, zijn vereist.

Feitelijke schipper of roerganger?
Uit vroegere arresten blijkt dat er een verschil bestaat tussen de feitelijke schipper (machinist), die feitelijk de koers en de snelheid van het schip bepaalt, en de persoon die als gezagvoerder optreedt. Beiden kunnen schipper zijn in de zin van de BPR, zonder dat deze twee functies noodzakelijkerwijs in dezelfde persoon verenigd zijn. In 2004 is aan de BPR een speciale bepaling toegevoegd die de schipper van een snelle motorboot met name verantwoordelijk maakt voor de naleving van de artikelen 8.05 en 8.06. Deze bepaling werd noodzakelijk geacht omdat de schipper niet altijd dezelfde persoon is als de persoon die een snelle motorboot bestuurt.

Voor de vraag of B. als schipper kan worden aangemerkt, acht de rechtbank van doorslaggevend belang of de feitelijke leiding over de motorboot al dan niet uitdrukkelijk en volledig aan de ander is overgedragen. In dat geval moet duidelijk zijn dat de wederpartij moet zorgen voor de navigatie en de naleving van de geldende regels. Het Hof stelt vast dat van een dergelijke overdracht geen sprake is, zodat B. vanaf het moment dat het slachtoffer bij het verlaten van het café achter het stuur van de motorboot plaatsnam, nog steeds als verantwoordelijke en/of verantwoordelijke schipper werd aangemerkt. B. mag dan als “feitelijk schipper” zijn afgetreden en het slachtoffer als “feitelijk schipper” zijn opgetreden, maar D. was nog steeds “Captain in Command” in de zin van de RBP, zodat dit onderdeel van de tenlastelegging bewezen is. Bovendien oordeelt de rechtbank dat het alcoholgebruik van dien aard was dat beiden niet in staat moesten worden geacht de boot naar behoren te besturen. Tot slot concludeert de rechtbank dat het handelen van B als substantieel nalatig moet worden aangemerkt. Hij werd veroordeeld voor onvrijwillige doodslag, maar kreeg geen gevangenisstraf of taakstraf. De rechtbank vond dat hij al voldoende gestraft was door de dood van zijn vriend. Hij moest schadevergoeding betalen aan de familie en zijn boot werd in beslag genomen.

Het openbaar ministerie was het daar niet mee eens en ging in hoger beroep. Volgens de procureur-generaal was er te hard met de boot gevaren. Zowel de verdachte als het slachtoffer hadden te veel alcohol gedronken. Bovendien had de vriend geen vaarbewijs en was hij niet geïnstrueerd over hoe hij de boot moest besturen.

Het hof van beroep legde de eigenaar toch een werkstraf van 100 uur en een rijverbod (als verantwoordelijke schipper) op.

Varen met alcohol: regels als bij de auto.
Je blijft dus (bijna) altijd verantwoordelijk voor je bemanning! Net als achter het stuur van een auto is het maximale alcoholpromillage achter het stuur 0,5. Rijden onder invloed van alcohol kan leiden tot een boete. In een ernstig geval kan ook het rijbewijs worden ingenomen. Overigens geldt een gedeeltelijke verwijtbaarheid bij een ongeval al vanaf 0,3 promille. Ook dit is geregeld zoals in het wegverkeer.

Ook zonder alcohol: Als de bestuurder geen vaarbewijs heeft, terwijl dat voor de boot in kwestie wel verplicht is, en er is schade, dan is de kans zeer groot dat u als schipper/eigenaar voor de gevolgen moet opdraaien.

Delen

Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.