Frits Hommersom met groene bril

Slapende dienstverbanden ontslapen?!

Een kwestie die sedert de intreding van de WWZ in 2015 begon te spelen was die van het zogenaamde slapende dienstverband.

Deze situatie doet zich voor wanneer een werknemer de tweejaarstermijn van arbeidsongeschiktheid heeft volgemaakt, waarna de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever tot een einde komt. De wet gaf vervolgens wel de mogelijkheid om het dienstverband te beëindigen (het opzegverbod wegens ziekte was immers geëindigd) maar met de invoering van de WWZ betekende dat ook dat de werkgever (die immers het initiatief nam tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst) de wettelijke transitievergoeding moest uitbetalen aan die werknemer.

De praktijk werd dat de werkgever in veel gevallen niet het initiatief nam om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, waardoor deze door liep en de werkgever, zonder loon door te hoeven betalen, ook betaling van de transitievergoeding kon vermijden. De arbeidsovereenkomst werd dus “slapend”

In september 2019 ontving de Hoge Raad een advies van de advocaat-generaal (AG) over het slapend dienstverband, nadat een werknemer hier over een procedure was begonnen. Hiermee werd de prelude voor het arrest al gegeven.

Vrijdag 8 november 2019 deed de Hoge Raad de langverwachte uitspraak in de prejudiciële procedure over het recht van de werknemer op beëindiging van het slapende dienstverband vanwege het recht op transitievergoeding: een werkgever mag een werknemer in principe niet tegen zijn zin ‘slapend’ in dienst houden, om zo de betaling van de transitievergoeding te ontlopen.

De essentie van de uitspraak is dat een werkgever niet voldoet aan ‘de eis van het goed werkgeverschap’ om een langdurige arbeidsongeschikte werknemer in een slapend dienstverband te houden wanneer deze werknemer verzoekt om beëindiging van zijn arbeidscontract, met uitbetaling van de vergoeding die gelijk is aan de transitievergoeding.

Dat een werkgever desgewenst een slapend dienstverband behoort te beëindigen als hij geen redelijk belang heeft bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst én dat hij hiervoor in principe een vergoeding moet betalen, baseert de Hoge Raad op de Wet compensatieregeling transitievergoeding. Deze wet regelt vanaf 1 april 2020 een compensatie van de vergoedingen die werkgevers sinds 1 juli 2015 hebben betaald bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Met deze wet wil de regering een einde maken aan slapende dienstverbanden.

In concreto betekent deze wet dat de werkgever niet meer hoeft te betalen dan het bedrag aan transitievergoeding dat de werknemer op het moment van ontslag na twee jaar ziekte zou krijgen.

Het arrest zal naar verwachting ertoe leiden dat veel werknemers opnieuw een verzoek zullen indienen bij hun werkgever om het dienstverband te beëindigen en daarbij een vergoeding uit te betalen. Indien er geen uitzonderingssituatie is die het slapend dienstverband rechtvaardigt, zal de werkgever aan het verzoek van zijn werknemer moeten voldoen. Het behoeft weinig voorstellingsvermogen dat deze beslissing voor werkgevers met meerdere slapende dienstverband een flinke kostenpost gaat betekenen.

U kunt de beslissing van de HR hier (ECLI:NL:HR:2019:1734) vinden.

Delen

Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.