Frits Hommersom met groene bril

De zaak van de stormschade

Nu er een compleet alfabet aan stormen aan het voorbij trekken is, lijkt het goed om na te denken over waar bij een extreme weersomstandigheden de verantwoordelijkheden van botenbezitters liggen.

In de jachthaven van Drimmelen lag de zeilboot van Jaap Drost afgemeerd naast het schip van Kees Flint. Tijdens een stevige storm braken de landvasten van de Anjer, het schip van Flint. De Anjer raakte los en dreef tegen de ernaast afgemeerde Juno, het schip van Drost, waardoor schade aan de Juno ontstond. Drost claimde de schade van 5.000 euro bij Flint.

Drost stelde (via mr. Frits) dat de schade voor rekening van Flint kwam op grond van een onrechtmatige daad. Dit omdat Flint onvoldoende zorg had betracht om te voorkomen dat zijn schip schade aan derden zou veroorzaken.

Namens Flint werd aangevoerd: “Voor zover er een oorzaak aan te wijzen is, dan beschouw ik deze als een ‘act of God’. ,,Onze verzekerde kan in mijn ogen niet aansprakelijk worden gehouden voor het ontstaan of opsteken van een storm.” Flint stelde ook dat het ging om een zeer extréme storm, grenzend aan orkaankracht en dat dit overmacht zou hebben opgeleverd. Flint overlegde daarbij rapporten van het KNMI, waaruit zou moeten blijken dat er sprake was van een dermate extreme storm dat geen enkele voorzorgsmaatregel gebaat zou hebben. Uit een analyse van diezelfde rapporten bleek dat er slechts enkele extreme windstoten waren geweest. Extreme windstoten kwalificeren niet als een extreme storm, daarvoor moet er structureel sprake zijn van windsnelheden boven een bepaalde kracht. Overmacht ging in dit geval ook niet op, omdat de storm ruim van tevoren was voorspeld.

Het vonnis was helder en duidelijk. Boek 8 titel 11 van het burgerlijk wetboek ziet toe op de regels voor de binnenvaart bij aanvaringen. De Anjer was in de ogen van de kantonrechter niet zo afgemeerd “dat zij door verandering van haar positie geen gevaar of hinder voor andere schepen kon vormen.” Haar landvasten waren immers gebroken. Omdat landvasten onderdeel uitmaken van de uitrusting van het schip, was het schip dus daarmee de oorzaak van de ‘verwezenlijking van een bijzonder gevaar voor andere schepen’.

Oordeel: onrechtmatige daad. Flint had gehandeld in strijd met eis van zorgvuldigheid. Het beroep op overmacht werd verworpen. Landvasten moeten zelfs op windstoten en storm zijn berekend. Flint werd aangerekend dat hij tijdig op de hoogte had kunnen zijn van de storm en hij dus landvasten had moeten kiezen die sterk genoeg waren. Ook al was de Anjer losgeslagen, eigenaren van andere, zwaardere schepen waren wél in staat waren geweest hun schepen afdoende te meren. De kantonrechter concludeerde bovendien dat een zeer zware storm, die tijdig is aangekondigd, niet een uitzonderlijke situatie oplevert waar overmacht uit voortvloeit.

Moraal: al denkt u uw schip nog zo goed te hebben vastgelegd, controleer dit altijd zelf, bereid je voor op extreme omstandigheden en neem het zekere voor het onzekere.

Delen

Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.