Het leed dat wanbetaling heet. (Jachtbouw, 08-2016)

[:nl]

Iedereen heeft (helaas) wel eens mee te maken met een klant die om hem moverende redenen openstaande facturen niet betaalt. De redenen kunnen divers zijn: onenigheid over de kwaliteit van het geleverde werk/het meerwerk of simpelweg gebrek aan geld bij de opdrachtgever. Ondertussen zit de werf met een (half) afgebouwde boot, uitgevoerd schilder- en timmerwerk of installatiewerkzaamheden. Wat zijn de mogelijkheden om, zoals dat heet, tot verhaal/zekerheid van de betaling van de vorderingen te komen?

Gelukkig zijn er verschillende mogelijkheden, die ook in zowel de algemene voorwaarden van de NJI als de HISWA zijn opgenomen, maar onder welke omstandigheden kunnen welke middelen worden gebruikt? Het grote probleem in het geval dat er werkzaamheden zijn uitgevoerd en er is geen concreet product besteld/geïnstalleerd, dan kan die prestatie niet meer ongedaan worden gemaakt. Immers, als er specifiek bepaalde zaken zijn besteld en die worden niet betaald, dan kan de jachtbouwer die onder zich houden

en eventueel weer doorverkopen, maar een compleet uitgevoerde schilderbeurt aan een schip van een opdrachtgever is niet terug te draaien. In ieder geval moet er sprake zijn van een zogenaamde opeisbare vordering. Dat betekent dat de betalingstermijn van de verzonden facturen overschreden moet zijn. In de wet is vastgesteld dat de gehanteerde betalingstermijn, welke waarschijnlijk op de factuur staat, dan wel in de algemene voorwaarden is opgenomen, geldt als een zogenaamde fatale termijn en dat de debiteur/opdracht- gever na het verstrijken van deze termijn van rechtswege in verzuim is.

Beslaglegging.
In die situatie zijn zogenaamde conservatoire maatregelen mogelijk, populair gezegd: ‘beslag leggen’. Dat kan op allerlei aan de debiteur toebehorende vermogensbestanddelen (zijn huis of bankrekening) maar het makkelijkste is natuurlijk beslag leggen op het object waar de werf aan heeft gewerkt, zijn boot. Een verlof daartoe wordt via een advocaat en een verzoekschrift door de rechtbank verleend en in bepaalde situaties kan er sprake zijn van het ‘aan de ketting leggen’ van het schip. Immers, beslag is leuk, maar blijft een papieren handeling. Om te vermijden dat het schip verdwijnt, kan het dus daadwerkelijk fysiek ‘aan de ketting’ gelegd worden. In zo’n geval kan het schip niet vertrekken en kan de jachtbouwer in alle rust met de opdrachtgever, al dan niet via de rechter, tot een oplossing raken en heeft hij de zekerheid dat er bij de toewijzing van de vorderingen ook iets te halen valt.

Sekwestratie.
Een iets verdergaande wijze bij beslag is het vragen van sekwestratie. De jachtbouwer vraagt dan om een zogenaamd gerechtelijk bewaarder te benoemen (bijvoorbeeld een jachthaven) en verzoekt om het schip daar in bewaring te laten nemen. Het schip wordt vervolgens daarheen afgevoerd en in de regel ook droog gesteld, wat nog meer zekerheid geeft dat niemand er met het schip vandoor gaat.

Retentierecht.
Wanneer het schip zich nog op de werf/bedrijfsterrein/loods bevindt, is er echter nog een makkelijker manier tot bewaring van zijn recht, waarvoor niet eerst een gang naar de rechter nodig is. Dat is het zogenaamde retentierecht. In de wet is namelijk opgenomen dat, wanneer de ene partij zijn (financiële) verplichtingen niet nakomt ten opzichte van een andere partij, laatstgenoemde gerechtigd is om zijn de daar tegenoverstaande verplichting tot afgifte van het schip op te schorten. Dit heet de ‘exceptio non adempleti contractus.’

Krachtig middel.
Heel simpel gesteld: Als de vorderingen opeisbaar zijn en het schip bevindt zich op het werfterrein of op/in het terrein/loods die de jachtbouwer huurt, kan hij volstaan met het schip onder zich te houden totdat een oplossing is bereikt. Het retentierecht is een eenvoudig en zeer krachtig middel om betalingen af te dwingen. Houdt er wel rekening mee dat, wanneer de opdrachtgever bijvoorbeeld een bankgarantie stelt omdat hij meent daadwerkelijk inhoudelijke argumenten te hebben om niet te betalen (en het geschil dus in rechte moet worden uitgevochten), de jachtbouwer wel gehouden kan worden om het schip af te geven. Immers, in plaats het schip onder zich te houden tot zekerheid van betaling van zijn vorderingen krijgt de jachtbouwer een bankgarantie.

Het retentierecht is zelfs zo sterk dat, wanneer een opdrachtgever bijvoorbeeld failliet gaat, de jachtbouwer dit ook kan inroepen tegen een curator met als argument dat door zijn inspanningen de zaak behouden is gebleven of zelfs meer waard is geworden. Ook als tussentijds het schip mocht worden verkocht blijft het retentierecht in stand en kan dit worden ingeroepen tegen de nieuwe eigenaar.

[:]

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
Frits Hommersom met groene bril

“Je hebt recht op een advocaat die zegt waar het op staat!“

Om de gebruiksvriendelijkheid van de website te optimaliseren wordt gebruik gemaakt van cookies. Wanneer u deze website bezoekt, gaat u akkoord met de privacy- en cookieverklaring.